Arthroscopie (kijkoperatie gewricht)

Met behulp van arthroscopie is het mogelijk in een gewricht te kijken. Arthroscopie is minimaal invasief en dus weinig ingrijpend. Een arthroscoop wordt in het gewricht gebracht door een snede van ongeveer 1 cm. Een tweede kleine snede wordt gemaakt om eventueel ingrepen aan het gewricht uit te voeren.

Arthroscopie wordt zowel diagnostisch als therapeutisch ingezet. Deze wijze van diagnostiek is bijzonder geschikt om de precieze omvang van een ziekte in beeld te brengen, zoals kraakbeendefecten, of aandoeningen van de synoviale holten te beoordelen en daarmee beter de prognose vast te stellen.

De voornaamste aanleiding voor arthroscopie is het verwijderen van een chip (OCD, Osteochondrose dissecans) uit het gewricht. Het hoefgewricht, kroongewricht, de kogel, knie en sprong zijn veelvoorkomende locaties van chips. Deze chips kunnen direct of in de toekomst kreupelheden veroorzaken. Om dit te voorkomen kan preventieve verwijderding van de chips zinvol zijn.

Kraakbeenschade kan tijdens een arthroscopie glad gemaakt worden en schade aan de menisci in de knie (zoals een meniscus scheur) kan operatief behandeld worden. Arthroscopie biedt daarbij ook de mogelijkheid het gewricht te spoelen bij een gewrichtsontsteking. Bij verwondingen waarbij het gewricht betrokken is kunnen vuil en lichaamsvreemde voorwerpen uit het gewricht verwijderd worden.

Bij een veulen met gewrichtsontstekingen is arthroscopische spoeling van het gewricht de methode om bacteriën weg te spoelen.

Een ander belangrijk gebruik van arthroscopie is in de behandeling van botcystes.